Onderwijskwaliteit en verbindingen

Onderwijskwaliteit en verbindingen

Geïnspireerd door de discussies en gesprekken die hebben plaatsgevonden bij het ontwerpen van de brede school De Uilenhorst in Wezep heeft Sacon het initiatief genomen voor het organiseren van een debat in de vers opgeleverde school. Een gesprek tussen professionals uit de onderwijswereld over toekomstbestendige ontwikkeling van een school(gebouw) en de relatie van de school met haar omgeving. Dit in een gebouw waarvan wij met trots vinden dat het méér is dan een schoolgebouw alleen.

De vragen die wij formuleerden: Kan de school een bindmiddel van een samenleving zijn? Is er sprake van een verstandshuwelijk tussen organisaties die zich gezamenlijk huisvesten in een brede school? Zou een schoolgebouw niet veel meer een gemeenschapsvoorziening kunnen zijn? Hoe moet de leeromgeving van de toekomst eruit zien en is de vorm geen valkuil? Drie sprekers geven elk vanuit hun achtergrond hun visie over deze onderwerpen.

Mindert Wouda heeft als toenmalige directeur van de openbare basisschool in de gemeente Froubuurt aan de wieg gestaan van de Samenwerkingsschool. Zijn presentatie gaat over hoe de bijzondere samenwerking tussen Christelijk en Openbaar onderwijs in deze Krimpregio tot stand is gebracht. Alle partijen raakten uiteindelijk overtuigd van het gegeven: ‘Beter één school dan geen school’. De bestuurlijke discussie was ingewikkeld. Het dorp nam echter zelf het heft in handen: de kinderen naar een gezamenlijke school. Op plekken waar geleidelijk aan veel voorzieningen onder druk staan of zelfs verdwijnen vervult de school een verbindende rol. Het vroeg om goede afspraken over omgaan met levensbeschouwing, tot veler verbazing was daar door de onderling gesprekken snel consensus over. Ten aanzien van de gebouwvorm was de integratie het makkelijkst, het ging om inbreiding in plaats van uitbreiding. Mindert stelt dat praten over de vorm een valkuil kan zijn en pleit er voor dat uitgegaan wordt van autonomie in het leerproces van het kind en denken in leerlingen.

Teun van Wijk, directeur van ICS, wil omgevingen om beter te kunnen leren. Plekken die ruimte geven aan het ontdekken, waardoor de school zelf leermiddel is. In die zin is hij kritisch over een te gedesignde leeromgeving en ziet liever de omgeving als mind map. ‘Leren onder een boom’. Verschillende leerstijlen (visueel, auditief en kinetisch) moeten gelijkwaardig aan elkaar worden gestimuleerd. Drie doelen voor de leeromgeving zijn: Matching (thuisvoelen en welkom zijn), Stretching (avontuur, verwondering nieuwsgierig zijn) en Celebrating (verbinden, vieren en samenwerken). Aan de hand van zijn ontwerp voor een school in Oman wordt zijn visie geïllustreerd.

Jan Heijmans, directeur van de Katholiek PABO in Zwolle, constateert dat leren altijd en overal kan, niet tijd en plaatsgebonden is. Leren kan alleen of met anderen, lokaal, sociaal en digitaal. Leren kan levensecht en authentiek, maar ook praktijk gestuurd of door onderzoek en experiment. Er is een rijke mix aan leermiddelen en bronnen, zowel fysiek als virtueel. Leren kan in publieke en private partnerschappen. Vervolgens stelt hij dat ons didactisch repertoire niet geschikt is voor digitaal lerenden. Daarnaast vindt hij dat schoolgebouwen vooral ‘sociale cohesie’ en ‘maatschappelijk meedoen’ moeten kunnen bevorderen. Sociale cohesie is het bindmiddel van de samenleving. Onderwijs fungeert als productielokaal of dienstbare omgeving. De vraag hierbij is hoe een ontwikkelcentrum exploitabel kan blijven meegroeien met de veranderende context. Flexibiliteit is hiervoor voorwaarde. Commercie in het onderwijs is volgens hem niet te voorkomen. We moeten in een breed perspectief blijven kijken naar ‘leren’ en waken voor bloedarmoede en kokering in organisaties tussen welke verstandshuwelijken plaatsvinden. In Nederland kent hij nog geen goed beeld van een gebouw voor gemeenschapsvoorzieningen.

Werk aan de winkel dus.

Datum: 21 maart 2013

Terug naar denkruimte