donderdag 20 februari 2014

Energietransitie; de woning als gebruiksvoorwerp?

Innovatie in de bouwketen wordt in het algemeen gezien als de oplossing om te komen tot een energietransitie van de bestaande woningvoorraad. Dit wordt gedaan door meer samenwerking in de bouwkolom en door een nieuwe manier van denken en werken. Door de verandering in de markt wordt er nu meer gedacht vanuit het eindproduct dat voldoet aan de vraag van de gebruiker. Een omdenken in de bouwkolom, die leidt tot een nieuwe werkwijze, vergelijkbaar bijvoorbeeld met de wijze waarop in de auto-industrie een product tot stand komt.

Als architectenbureau zijn wij natuurlijk een voorstander van vernieuwing en een integrale werkwijze in de bouw, omdat wij er van overtuigd zijn dat dit tot een beter eindresultaat leidt. Er is wel een maar: een woning is geen auto. Een woning is geen gebruiksartikel dat na 10 jaar is afgeschreven, dat je na een paar jaar inruilt voor een nieuwe. Een woning is een plek waar je je thuis voelt, met een eigen identiteit en geborgenheid en met een lange levensduur. Een herkenbare plek in een stad of dorp, waar je je als bewoner mee verbonden voelt.

Helaas is de beleving van de bewoner van een woning of wijk tot nu toe nogal onderbelicht gebleven in discussies en vernieuwende oplossingen, evenals de betrokkenheid van architecten bij de innovatie in de bouwketen.

Gelukkig kopte de Cobouw onlangs een ander geluid: “Energietransitie bezorgt architecten nieuwe taak”. “Architecten zijn hard nodig om oplossingen aantrekkelijk te maken”, aldus onder de wegbereiders van energieneurale woningbouw. “Aantrekkelijk en betaalbaar…” Jan Willem van der Groep ziet werk voor architecten ontstaan als industrieel vormgever, ofwel vormgever van techniek. Toch weer de woning als, weliswaar mooi vormgegeven, gebruiksvoorwerp?

Om de energietransitie aantrekkelijk vorm te kunnen geven moeten architecten deel uit maken van de innovatieve teams, die de woningconcepten ontwikkelen. Gezamenlijk met alle co-makers kan worden bepaald wat de basis is en welke de variabelen zijn binnen een concept. Daarbij kan de relatie worden gelegd van de woningen naar de wijk, de beleving door de bewoners, maar ook naar de bouwkundige en architectonische integratie van nieuwe technieken, zoals het energiedak of een ‘slimme jas’.

Naast het ontwerpen van een ‘mooie en betaalbare jas’ zijn architecten van toegevoegde waarde door hun integrale werk- en denkwijze, waardoor de jas ook aan alle kanten past. Door het werken in BIM kan het bouw- en ontwikkelingsproces beter worden gemaakt en worden vernieuwingen zichtbaar. Hierin kunnen architectenbureaus een voortrekkersrol vervullen.

Terug naar nieuws